Ad van de Wege 

Organist - Musician

Mijn orgels

 Hieronder vindt u informatie over de verschillende orgels waarop ik de dag van vandaag speel.

De geschiedenis van  Louis Hooghuysorgel (1865) in de Sint-Barbarakerk te Maldegem (België).

Geschiedenis.

In 1768 besloot het toenmalige Kerkbestuur dat er in de monumentale Sint-Barbarakerk een orgel diende te komen. Er werd met de Gentse Orgelmaker Pieter Van Peteghem een contract afgesloten tot het maken van een éénmanualig orgel. Bijna zestig jaar later werd dit instrument door Lambert (of Charles Van Peteghem), uitgebreid met een positief in de voet van de orgelkas. Dit orgel heeft dienst gedaan tot 1864. Als gevolg van de evoluerende muzikale activiteiten in de Sint-Barbarakerk werd op initiatief van de kerkfabriek een groter oksaal gebouwd en werden plannen gemaakt voor de aanschaf van een groter kerkorgel. Dat het Maldegemse Kerkbestuur zorgvuldig te werk ging blijkt uit het feit dat men zich ruim oriënteerde. Zo werden er werden contacten gelegd met o.a. Loret-Ainé uit Sint Niklaas en H. Dreijmann uit Mayence. In 1862 werd er onderhandeld met Orgelmaker Louis-Benoit Hooghuys uit Brugge. Op 24 december 1864 kwam een contract tot stand tussen Louis-Benoit Hooghuys en het Kerkbestuur voor het vervaardigen van een kerkorgel. In het zelfde jaar maakte Hooghuys een aanvang met het bouwen van een nieuw mechanisch kerkorgel met 22 registers, (naar vroeg- romantisch model), verdeeld over twee manualen en aangehangen pedaal. Het oude Van Peteghem orgel werd verkocht aan de kerk van Landskouter (Oosterzele).

Het Hooghuys Orgel.

Door Louis Hooghuys werd de grote ruimte op het oksaal volledig benut: zowel de beschikbare hoogte als diepte van het oksaal was beperkt wat leidde tot bepaalde consequenties voor de bouw van het orgel. Het pijpwerk van het Grand- Orgue en Positif werden op een gemeenschappelijke lade geplaatst. De orgelkasvoet kende geen versmalling ten opzichte van de bovenkast. Beide manualen werden koppelbaar gemaakt met behulp van een typisch “Hooghuys-systeem”, bestaande uit verticale individuele staafjes welke tussen de toetsmechaniek kunnen worden aangetrokken. De grootste bekers van de Bombarde 16‘ werden in halve lengte gemaakt wegens de beperkte beschikbare hoogte. In de loop van de geschiedenis heeft het orgel de gevolgen ondergaan van deze compacte en vrij moeilijke opstelling. Bovendien werden er enkele aanpassingen doorgevoerd waardoor het pijpwerk onvoldoende werd ondersteund. Dit had voor gevolg dat in de loop van de tijd het pijpwerk ging verzakken met grote stemmingsproblemen als gevolg. Dit leidde uiteindelijk tot het verwijderen van meerdere registers. Een gedeelte van het dak en de rugwand werden van het orgel verwijderd. Hierdoor hadden stof en vuil vrij spel. In de jaren die hier op volgden onderging het orgel diverse wijzigingen en ‘herstellingen’.

In de periode 1913-’20 werd het orgel uitgebreid tijdens het organistenschap van Jef Tinel met een zwelkast. Door C. De Paepe uit Brugge, werd er in 1920 een Gambe aan de dispositie toegevoegd. ‘Herstellingen’ vonden nog plaats in 1943, 1956 en 1967. Vanaf 1978 echter was het Hooghuys orgel geheel onbespeelbaar geworden.

 

In 1980 kreeg het bij Koninklijk Besluit de status van beschermd monument. Dankzij het initiatief van de Kerkbestuur werd aan het verval van het orgel een halt toegeroepen en startte na toezegging van de restauratiepremie van de Vlaamse

Gemeenschap, de restauratie door Manufacture d ‘orgues Thomas op 1 juni 2003. Deze restauratie hield het opnieuw samenstellen van de oorspronkelijke dispositie en ladebezetting in. Heel wat onderzoek, overleg en studie was nodig om tot een verantwoorde orgelrestauratie te komen. Door de vlotte ondersteuning van de Kerkbestuur kon het orgel uiteindelijk ten volle worden gerestaureerd.

De orgelkas is nu opnieuw een volledig omsloten meubel waarin alle pijpwerk stabiel en stofvrij staat opgesteld. De nodige voorzieningen werden getroffen om de bereikbaarheid van alle pijpwerk maximaal te verzekeren want enkel een goed onderhoud kan de lange levensduur van het orgel garanderen.

Het Klankbeeld van het Hooghuys-orgel.

Enkele bijzonderheden aan het klankbeeld zijn toe te schrijven aan de persoonlijke visie van Louis-Benoit Hooghuys. Zo vinden we op het orgel een Cornet V-sterk waarbij echter een dubbel 8-voetskoor werd geplaatst in plaats van een tertsenkoor. Ook de opdeling van verschillende registers (fluiten en tongwerken, in bas en discant), is een veel voorkomend gegeven bij de orgels van Louis-Benoit Hooghuys. Het orgel van de Sint-Barbarakerk kunnen we omschrijven als een vroegromantisch (Frans georienteerd) instrument. Op basis van de nog aanwezige sporen van de steminrichting aan het frontpijpwerk kon de oorspronkelijke toonhoogte van het orgel hersteld worden, deze bedraagt A 421 Hz. Het Hooghuys orgel is rijk aan fraaie fluitstemmen en door de ruime bezetting van de tongwerken zoals Bombarde, Trompette, Clairon, Clarinette en Basson-Hautbois maakt het orgel een zeer warme indruk in de oude Sint-Barbarakerk. Het instrumenten leent zich bijzonder goed voor het spelen van romantische orgelliteratuur. Op vrijdag 21 april 2006 werd het gerestaureerde Hooghuys-orgel feestelijk ingehuldigd.

Dankzij de intensieve inspanning van Kerkbestuur, Vlaamse Gemeenschap, orgeldeskundige J.Braekmans en Orgelmaker Thomas uit Francochamps, beschikt de kerk van Maldegem nu weer over een bijzonder fraai orgel.

 

Grand-Orgue

 

1.     Cornet

V rgs

2.     Bourdon

16’

3.     Prestant

4’

4.     Bourdon

8’

5.     Doublette

2’

6.     Flûte à Cheminée 

4’

7.     Viola de Gambe

8’

8.     Flûte Ouverte

8’

9.     Fourniture

III rgs

10.  Bombarde

16’ (b/d)

11.  Trompette

8’ (b/d)

12.  Clairon

4’ (b)

13.  Clarinette

8’ (d) 

 

Positif

 

1.     Montre

8’

2.     Bourdon

8’

3.     Salicional

8’

4.     Bourdon

4’

5.     Flûte Harmonique

8’

6.     Flûte

4’

7.     Dolciana

4’

8.     Flûte Octaviante

2’

9.     Basson-Hautbois

8’ 

 

Manuaal koppel

I+II Tremblant

Manuaalomvang

C-g3

Aangehangen pedaal

C-cl

Toonhoogte

A=421 Hz 

 


Het Loncke Koororgel

In het najaar van 2012 kon het kerkbestuur van de Sint-Barbarakerk overgaan tot de aanschaf een fraai koororgel. Door een fusie van AZ Damiaan- en St. Jozef ziekenhuis te Oostende was het orgel uit de kapel van het Damiaan ziekenhuis overbodig geworden. Het kerkbestuur kon snel overgaan tot de aankoop van dit fraaie orgel, dat in 1985 voor deze kapel werd gebouwd door Orgelmakers Loncke. Door een geformeerde werkgroep werd het orgel o.l.v. Ad van de Wege gedemonteerd en naar Maldegem vervoerd. Hier kreeg een definitieve plaats voor in de kerk naast het priesterkoor. Het in goede staat verkerende orgel werd in een tijdbestek van een halfjaar weer opnieuw opgebouwd. Het mechanische koororgel met twee manualen en aangehangen pedaal telt zes registers. Op Pinksterzondag 19 mei 2013 werd het orgel voor het eerste in gebruikt, waar het dienst doet als koor- en continuo orgel. 

Dispositie:

Manuaal I

 

 

 

Prestant 

4’

Koppels

I+II, I+Ped, II+Ped

Bourdon

8’

Manuaalomvang

C-f3

Roerfluit 

4’

Pedaalomvang

C-f1

Gemshoorn

2’

Stemming

Gelijkzwevend

Toonhoogte

A = 440 Hz

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Manuaal II

 

 

 

Gedekt

8’

 

 

Fluit

4’



 

  

De geschiedenis van het van Peteghem orgel in de Sint-Adrianus kerk

te Adegem

 

Geschiedenis

 

Het orgel in de Sint-Adrianuskerk is merkwaardig, zelfs zeer merkwaardig door zijn vormgeving, en ongetwijfeld ook door zijn ontwikkelingsgeschiedenis. Er is toch wel een sterk vermoeden dat het orgel in de periode 1724-1730 zou gebouwd zijn door Louis Dell'haye: een orgelmaker geboren te Chièvres in 1696. Van Dell'haye weten we  met zekerheid dat hij zich omstreeks 1724 te Antwerpen heeft gevestigd. Hijzelf, zijn zoon en kleinzonen zullen decennia lang hun stempel drukken op het orgelbouwgebeuren in ons land, en dit tot in het midden van de 19de eeuw.In 1723 sluit Louis Dell'haye een contract af met het kerkbestuur van Kaprijke: hij was dus in deze regio gekend en zag de kans schoon om ook te Adegem een opdracht te verwerven.

 

Ook al kunnen de schaarse archivalia niet meer informatie verschaffen  over de bouw van het orgel, toch kunnen we ervan uitgaan dat het een éénmanualig instrument was dat in de balustrade opgesteld stond en voorzien was van een zijwandbespeling: een typische Dell'haye-constructie. In 1780 is er in de archieven sprake van een vernieuwing (mogelijks vergroting) van het doksaal. Ter gelegenheid van deze werken werd ook het orgel aangepakt: ditmaal deed het kerkbestuur beroep op de Gentse orgelmaker Lambert Van Peteghem. De verbouwing van het orgel was verregaand, aangezien ook de frontpijpen door Van Peteghem werden vernieuwd: dit pijpwerk bleef tot op vandaag bewaard. We gaan ervan uit dat Van Peteghem ook een vergroting van het orgel heeft uitgevoerd: het werd een instrument met twee manualen dat net achter de balustrade werd opgesteld, en waarbij de zijwandbespeling behouden bleef. Van deze toestand bleef een foto bewaard: de vormgeving van het orgel uit 1780 bleef tot omstreeks 1958 ongewijzigd.

De orgelmakers Van Peteghems zullen het orgel onderhouden gedurende meer dan 54 jaar; nadien zal Simon Gerrit Hooghuys (vader van Louis Hooghuys) uit Brugge het onderhoud voor zijn rekening nemen. Maar opnieuw wordt de geschiedenis van het orgel in de archieven in nevels gehuld: het zal vanaf 1845 tot 1956 duren voor we opnieuw een interessante vermelding kunnen aantreffen.

Het is dan de firma Loncke uit Esen (West-Vlaanderen) die instaat voor de verbouwing van het orgel: een verbouwing welke uitmondt in een regelrechte transformatie; de voet van de orgelkast werd verwijderd, en de bovenkast werd op een verhoogde sokkel boven het doksaal opgesteld. Op het doksaal zelf bleef enkel een speeltafel over, voorzien van 2 manualen en aangehangen pedaal.Het binnenwerk van het orgel was enkel bereikbaar vanuit een hoger gelegen torenkamer, van waaruit men werkelijk op handen en voeten naar het binnenwerk diende te schuifelen. Het mag duidelijk zijn dat een dergelijke toestand van onbereikbaarheid leidt tot gebrek aan degelijk onderhoud, tot gebrekkig onderhoud en... uiteindelijk tot verval en verwaarlozing.

 

Bij de restauratieoptie werd dan ook uitgegaan naar een herstel van het orgel in zijn toestand anno 1780: een toestand waarin een volwaardig instrument in een goede klankkast was opgesteld met een rijke dispositie, verdeelt over 2 klavieren. Aangezien het bewaard gebleven pijpenmateriaal van Van Peteghem afkomstig was, werd de aanvulling van het binnenwerk op basis van Van Peteghem kenmerken uitgevoerd. In de bovenkast werd het Hoofdwerk opgesteld met een bezetting van 14 registers, in de kastvoet bevindt zich een Positief met een bezetting van 9 registers.

 

Gelet op de beschikbare ruimte, en rekening houdend met de aanzienlijke kerkruimte en het hedendaagse orgelgebruik, werd bovendien een zelfstandig pedaal met 3 registers toegevoegd. Ook het opstellen van een Montre 8’ op het Hoofdwerk heeft het orgel een grotere draagkracht gegeven. Opvallend is de rijke en zeer gevarieerde dispositie waardoor gevarieerde klankencombinaties mogelijk zijn. Het zelfstandige pedaal geeft een goede basis en grondtonigheid aan het orgel en creëert hierdoor mogelijkheden tot het spelen van uitgebreide literatuur. De werken werden zeer nauwgezet en vakkundig uitgevoerd door de firma Lapon Orgelbouw uit Diksmuide.

 

      

 

 Dispositie Van Peteghem/Lapon orgel Sint-Adrianus kerk te Adegem.

 

Hoofdwerk

 

Positif

 

1.     Cornet

V st

       1.     Prestant

4’

2.     Montre

8’

       2.   Bourdon

8’

3.     Prestant

4’

       3.   Doublette

2’

4.   Bourdon

8’

       4.   Flûte

4’

5.   Doublette

2’

       5.   Nazard

 

6.   Flûte

4’

       6.   Tierce

 

7.   Nazard

2 2 / 3

       7.   Cornet

III st

8.   Tierce

1 3 / 5

       8.   Fourniture

III st

9.   Larigot

 

       9.  Cromhoorn

8’ (b/d)

10.   Fourniture

III st

 

 

11.   Cimbal

II st

 

 

12.   Trompet

8’ (b/d)

 

 

13.   Clairon

4’

 

 

14.   Vox Humane

8’

 


Pedaal

1. Subbas                                    16’

2. Bourdon                                8’

3. Trompet                                 8’

           

Tessituur manualen·: C tot f’’’

Tessituur pedaal: C tot d’

Tremblant

Rossignol 

De toonhoogte van het orgel bedraagt A= 405 Hz

De stemming is naar Rameau met 3 reine tertsen.

 Het orgel in de Sint-Baafskerk te Aardenburg

 

Geschiedenis

De Hervormde gemeente van Aardenburg ging pas in de 19 e eeuw over tot het aanschaffen van een kerkorgel. Dit was in die tijd niet zo’n kostbare aangelegenheid aangezien door de opheffing van kloosters en abdijen in de zuidelijke Nederlanden goede instrumenten voor vaak lage prijzen konden worden aangekocht. In december 1808 werd bij orgelbouwer G. Hooghuys te Brugge een orgel aangekocht dat afkomstig was uit de Augustijnen kerk te Brugge. Dit orgel was een fraai instrument dat vervaardig was door de Vlaamse orgelmaker Egidius van Peteghem. Het orgel dat 23 registers groot  was, had een bijzonder mooie (zuidelijke) klank. Het orgel werd in 1809 in de kerk geplaatst. In 1852 besloot de kerkvoogdij om het koor van de kerk in te richten als preekkerk, hierbij werd het interieur in neogotische stijl aangepast en werd de orgelkast voor zien van een ‘voor orgelkas’ die versierd was met neogotische ornamenten. In de tweede wereldoorlog heeft het orgel weinig schade opgelopen. Het font was licht beschadig door enkele verdwaalde kogels, laden en cancellen waren nagenoeg onbeschadigd. Hoewel de klokken- en orgelraad kort na de oorlog nog restauratie had aanbevolen adviseerde de Orgelcommissie van de Hervormde kerk tot nieuwbouw en werd met goedkeuring van monumentenzorg het zeer waardevolle orgel gesloopt en het historische pijpwerk als oud metaal verkocht. Met het verdwijnen van dit orgel verdween één van de fraaiste 18 e -eeuwse orgels uit de Provincie Zeeland.

Het huidige orgel in de Sint-Baafskerk in Aardenburg  werd in 1955 gebouwd door orgelmaker D.A. Flentrop uit Zaandam. Bij de bouw van dit nieuwe orgel werd gebruik gemaakt  van een oude orgelkas  afkomstig uit de kerk te  Groessen. Deze kas uit 1680 zou gaan dienen als rugwerkkas  en is vermoedelijk van Westfaalse afkomst. De zgn. oren weerszijden de rugwerkkas zijn ouder en dateren uit 1640. Deze decoratievorm uit de renaissance wordt ook wel ‘Knorpelwerk’ genoemd. De hoofdwerkkas werd ontworpen door architect A.Canneman. Voor hoofdwerk en pedaal was een gecombineerde lade aanwezig. Bij de oplevering was een aantal registers gereserveerd die in een latere fase alsnog zouden worden geplaatst. Daarbij werd echter wel van het oorspronkelijke concept afgeweken. Zo kreeg het hoofdwerk geen Dulciaan 16’ maar een Spitsgamba 8’en kreeg het rugpositief een Dulciaan 8’ in plaats van een Regaal 8’. Op het pedaal verving men de oorspronkelijk geplande Trompet 8’door een Fagot 16’. In 1977 voerde Flentrop orgelbouw een complete revisie uit. In 1992 begon orgelmaker David Kunst met een complete klankrenovatie die echter nooit werd afgerond. Vanaf dat moment was alleen het rugpositief nog bespeelbaar. In 2003 werd  door de orgelcommissie van de Sint-Baafskerk onder de leiding van organist- en orgeladviseur Ad van de Wege een plan ontwikkeld om het orgel volledig te restaureren. De werkzaamheden werden uitgevoerd door orgelmakers Gebr. Reil uit Heerde, waarbij men deels gebruik maakte van het in 1992 vervaardigde pijpwerk. De bestaande windladen bleven gehandhaafd, maar kregen nieuwe slepen en waar nodig nieuwe stokken. Aan het rugpositief werd een tremulant toegevoegd. Verder werd ook de dispositie op een aantal punten gewijzigd. Op het hoofdwerk maakten de registers Spitgamba en Vlakfluit plaats voor een Quint 3’en een Octaaf 2’ (1920) evenals een Cornet Disc IV en een Trompet 8’ (2005). De registers Quint en Trompet kregen een plaats op de lade van het pedaal. Op het rugpositief werden Octaaf 2’ en Nasard 1 1/3  gewijzigd in respectievelijk een Sesquialter II (met gebruikmaking van Ruispijp III pedaal) en een Woudfluit 2’. Op het pedaal vervielen de registers Nachthoorn 4’en Ruispijp III en werd de Fagot 16’ grotendeels vernieuwd. Verder herstelde men de frontpijpen en werd het koperen pijpwerk in de Roerfluit 8’ en Holpijp 8’ vervangen door orgelmetaal en in de Bourdon 16’ door eiken. De geslaagde orgelrestauratie werd in 2015 voltooid. Aangezien de Sint-Baafskerk met haar opengewerkte dakconstructie een ideale plaats is voor vleermuizen, heeft het orgel in de afgelopen 10 jaar ernstig geleden van uitwerpselen. In 2015 werd het plan geopperd om de aangetaste frontpijpen opnieuw te laten schuren. Doormiddel van een donatie is dit gerealiseerd. In het voorjaar van 2016 is Orgelmaker Gebr. Reil grootonderhoud uitgevoerd dat in juli van  2016 is voltooid. Hier werd het hele orgel grondig gecontroleerd en waar nodig werden herstellingen uitgevoerd.  De tongwerken werden hierbij opnieuw geïntoneerd. Het orgel werd tevens voorzien van een nieuwe temperatuur n.l. Bach-Kellner die goed aansluit bij het karakter van het orgel. Mede hierdoor is het orgel bijzonder geschikt voor de literatuur van Bach en tijdgenoten.


Dispositie (19 stemmen)  is als volgt:

 

Hoofdwerk (C-f3)

 

Rugpositief (C-f3)

 

Pedaal (C-d1)

 

1. Prestant

8’

10. Prestant

4’

17. Bourdon

16’

2. Roerfluit

8’

11. Holpijp

8’

18. Octaaf

8’

3. Octaaf

4’

12. Roerfluit

4’

19. Fagot

16’

4. Fluit

4’

13. Woudfluit

2’

 

 

5. Quint

3’

14. Sesquialter

II

 

 

6. Octaaf

2’

15. Scherp

III

 

 

7. Mixtuur

IV - V

16. Dulciaan

8’

 

 

8. Cornet (d)

IV st

Tremulant

 

 

 

9. Trompet

8’

 

 

 


 

Koppel HW+RW                              Toonhoogte: a’=440 Hz

Ped + HW                                         Temperatuur Bach-Kellner

Ped +RW                                           Toonhoogte: a’=440 Hz